Algemeen overzicht

 

 

Fysieke yoga technieken:

 

 

Paradoxale waaktoestand technieken:

 

 

Coherent filosofisch kaderen van yogatechnieken

 

 

 

Fysieke yoga: asana technieken in detail

 

Fysieke yoga richt zich op het onderhoud van spieren, gewrichten en skelet. Dit gebeurt op zo'n manier dat ook de binnenkant van het lichaam (fysiologische processen, autonoom zenuwstelsel, endocrien/hormonaal stelsel) er baat bij heeft.
Bovendien krijgt het mentale de ruimte om tot rust te komen.

 

Yoga werkt dus diep in op je gezondheid en maakt je tot een fris, wakker en ontspannen iemand die het bestaan recht in de ogen kijkt.

Maar dat gebeurt niet vanzelf. Yogatechnieken vergen een ongedwongen en onbekommerde ernst, inzet, aandacht en doorzetten, zowel mentaal als fysiek.

 

Het is bovendien geen slecht idee om te oefenen onder begeleiding van iemand die bekwaam is en die de yoga blijft bestuderen.

 

 

Algemeen:

 

Asanas

lichaamshoudingen en -bewegingen.

 

Dynamische of statische uitvoering

Dynamisch:
Meestal als voorbereiding op statische uitvoering.
Eerder verstevigen van spieren. Hun tonus vergroten.
Anatomisch impact krijgt het accent.
Laat makkelijker toe de bedoeling van de asana te begrijpen en reacties van het lichaam op de oefening te beseffen.
Statisch:
Vooral gebruikt als versoepelende techniek.
Fysiologisch impact krijgt accent.

 

Intensiteit van de uitvoering

Asanas (en ook alle andere technieken) kunnen zacht, gewoon en stevig
worden uitgevoerd.
Tijdens een yogareeks kan ook worden geopteerd voor een verantwoorde mix. Uiteraard is wat voor de ene als stevig wordt ervaren, voor de andere een gewone uitvoering.

 

Afgewerkte en aangepaste uitvoering

Men werkt stapsgewijs richting het realiseren van een afgewerkte vorm van de asana (purna). Meestal werkt men daarom met aangepaste varianten (bhaga) van de ‘perfecte’ vorm. Bovendien wordt meestal een aangepaste vorm van uitvoeren gekozen in functie van de bedoeling van de oefenreeks.

 

Asana categorieën:

 

1. Danda: het tot staaf maken van de wervelzuil

 

Om deze oefening uit te voeren moeten spierkettingen aan voor- en achterzijde van het lichaam harmonisch samenwerken, en alle schakels van elke ketting moeten op de juiste wijze functioneren.

 

 

2. Vritti: torsies / Parshva: flankrekkingen


De meeste torsies zijn ook flankrekkingen en omgekeerd. Bij de torsies wordt de wervelzuil eerst tot staaf gemaakt (danda) en daarna in een torsie gewend. Bij een flankrekking wordt de staaf in een laterale buiging gezet.

De effecten van beide categorieën zijn analoog:

 

3. Purvatta: openen van de voorzijde van het lichaam - achteroverbuigingen


Om de voorzijde van het lichaam te openen moeten rugspieren stevig actief zijn. De bedoeling is vooral het ‘rechten’ van de bovenrug, het vlak zetten van de kyfose kromming.

 

 

4. Pashcimatta: rekken van de achterzijde van het lichaam - dichtplooien van het lichaam


De bedoeling van de pashcimatta-oefeningen is alle spieren van de achterzijde van het lichaam te rekken, van achillespees tot en met nek.

 

 

5. Viparita: omgekeerde houdingen

 

Een omgekeerde houding is een houding waarin het hart hoger ligt dan de keel. Dat gebeurt in een resem asanas.
Wie last heeft van hoge bloeddruk, problemen met ogen/netvlies of aderverkalking, meldt dit best aan de leerkracht en krijgt dan indien nodig aangepaste houdingen.